Zelfstudie 12

Afbeelding een grijsstructuur geven

In deze zelfstudie wordt het effect gedemonstreerd van het insluiten van structuur van de ene afbeelding in de andere.

Voor:  

      Na:  

  1. Maak eerst de afbeelding met de grijsstructuur. In dit voorbeeld wordt een tekstafbeelding gebruikt. Kies Bestand > Nieuw om een afbeelding met een witte achtergrond te openen. Gebruik eerst het gereedschap Tekst om tekst te maken. Met het filter Grijsstructuur krijgt de afbeelding met de grijsstructuur reliëf. Daarna wordt het resultaat vermenigvuldigd met de oorspronkelijke afbeelding. Zo ontstaat het effect van de structuur van de ene afbeelding die wordt opgenomen in de andere afbeelding. De zwarte tekst heeft geen effect bij de vermenigvuldiging met de oorspronkelijke afbeelding. In dit voorbeeld wordt grijze tekst gebruikt met het lettertype Comic Sans MS en de tekengrootte 48 (zie afbeelding 10.12.1).


    Afbeelding 10.12.1

  1. Kies Bewerken > Naar buffer kopiëren om de tekst naar de lokale buffer te kopiëren.

  2. Open een afbeelding (zie afbeelding 10.12.2*) en gebruik de gereedschappen voor selectiekaders, en , om het gebied te selecteren voor het plaatsten van de grijsstructuur. De afbeelding moet lijken op afbeelding 10.12.3 en bevat de selectie van het gebied.

    * Als u wilt oefenen terwijl u de onderstaande stappen uit deze zelfstudie doorloopt, kunt u met de rechtermuisknop klikken en deze afbeelding naar het Klembord kopiëren, een nieuwe afbeelding maken in Image Broadway en die plakken.


    Afbeelding 10.12.2


    Afbeelding 10.12.3 (met selectie van het gebied)

  1. Nadat u een gebied in de afbeelding hebt geselecteerd, kiest u Filter > Grijsstructuur... om het dialoogvenster Grijsstructuur* te openen, zoals in afbeelding 10.12.5. Selecteer Lokale buffer in de vervolgkeuzelijst Grijsstructuur, onder in het dialoogvenster.


    Afbeelding 10.12.5

* Twee instellingen, Hoek en Verhoging, bepalen de positie van het licht. De hoek beschrijft de hoek van de positie van de lichtbron ten opzichte van het horizontale niveau. De verhoging is de hoek van de bron boven dat niveau. Als de verhoging 90o is, bevindt de lichtbron zich verticaal boven het object en worden alle oppervlakken gelijkmatig verlicht, waardoor er geen schaduw is. Er komt echter meer reflecterend licht van de oppervlakken die loodrecht op de lichtstralen staan, dan van de oppervlakken die schuin op de lichtstralen staan. Het verloop in de aangrenzende pixels van de afbeelding bepaalt het oppervlak van de afbeelding. Als de richting van het oppervlak meer licht reflecteert, wordt dit wit gemaakt. Anders krijgt het een donkerder kleur. Hoeveel de pixels donkerder en lichter worden, wordt bepaald door de instelling Diepte in het dialoogvenster. Met een dieptewaarde van nul, wordt er geen schaduw geproduceerd en een hoge waarde levert een diepe, duidelijke schaduw op.

  1. U ziet het eindresultaat in afbeelding 10.12.6. (Als u van de rechthoek met marcherende mieren af wilt, kiest u Selecteren > Deselecteren/verankeren.)


    Afbeelding 10.12.6